goede zorg

Bescheiden zorg versus traject-gedreven zorg

Je kan kostbare zorg geven, zelfs wanneer de problemen van cliënten onoplosbaar zijn.

‘Trouw vergezellen’ is de naam die Andries Baart geeft aan deze variant van zorg.

Ik wilde dit bespreken in een workshop over ‘het dragen van moeilijke situaties in ons werk’.

Maar ik aarzelde.
De deelnemers werkten namelijk op een psychiatrische afdeling (voor mensen met verslavingsproblemen).
Ik vreesde dat dit ‘trouw vergezellen’ zou binnenkomen als iets absurds voor een afdeling met een wachtlijst en een – per definitie – beperkte opnameduur.

Ik heb er dan een draai aan gegeven.
Ik heb het ‘bescheiden goede zorg’ genoemd.
(Omdat Andries Baart dit ‘trouw vergezellen’ een bescheiden vorm van zorg noemt.)

Bescheiden versus stoer

Deze zorg is niet stoer.
Ze pretendeert niet de problemen van de zorgontvanger te kunnen oplossen.
De professionals claimen niet: ‘Wij zullen dit varkentje wel een keer wassen’.

Ze nemen een solidaire positie t.a.v. iemand in een kwetsbare situatie.
Ze laten zich raken.
Ze zoeken geduldig hoe ze, ondanks de onmacht, betekenisvol kunnen zijn voor de ander.

Deze zorg heeft een bescheiden ambitie, nl. er zijn voor iemand, zelfs als men die (misschien) niet kan helpen.

Bescheiden maar ambitieus

Deze zorg is wel ambitieus.
Maar niet in stoere oplosserij, niet in gladde professional-speak, wél in het uit zijn op dit kostbare:

  • dat die zich gezien voelt
  • dat die ervaart: ‘het maakt iemand uit hoe het met me gaat’
  • ‘er wordt gezocht naar wat me goed doet’

Reacties van de deelnemers

Toen ik dit een beetje uiteengezet had, deelden deelnemers spontaan eigen voorbeelden. Ze hadden het over

  • momenten van echte betrokkenheid, van mens tot mens
  • een moment waarbij verwachtingen of druk om dit of dat te doen, aan de kant gezet werden terwille van iets wat men aanvoelde als belangrijk(er)
  • een dankbaar mailtje van een patiënt achteraf, ondanks dat de professional zich machteloos gevoeld had om iets te verbeteren
  • je afvragen, na een ontslag: ‘hoe zou het zijn met …?’

Ze kwamen tot interessante inzichten:

  • Er doen zich ook op hun psychiatrische behandelafdeling momenten voor van bescheiden goede zorg die niks te maken hebben met ‘het traject van de patiënt’.
  • Die worden door alle betrokkenen – professional en zorgontvanger – ervaren als van grote waarde.
  • Ze blijven vaak onzichtbaar, zonder taal, onbesproken. Ze vallen buiten ‘de’ besprekingen en komen niet terecht in dossiers.
  • Deze zorg kan onder druk komen te staan door de todo’s van de traject-gestuurde zorg en van wat gecontroleerd/gemeten wordt.

Twee stromen van zorg

Eén conclusie was: er zijn, als het goed zit met de zorg op een afdeling, twee stromen van zorg:

  • traject-gedreven zorg: je mikt op verbetering, je construeert doelen, je biedt een professioneel aanbod aan; dit soort werken zit ingebed in ‘rituelen’ van professionele besprekingen, documenten en todo’s.
  • bescheiden goede zorg: los van vooruitgang, laat je je raken door de zorgontvanger, diens leven en lot, en die ervaart dat.

Dit riep de volgende gedachte bij me op:

De stroom van de bescheiden goede zorg vitaal genoeg laten zijn, dat vraagt óók zorg, want in onze organisaties is de stroom van de traject-gedreven zorg geïnstitutionaliseerd en dominant (in tegenstelling tot die van de bescheiden goede zorg).

Dat riep dan weer deze vragen op:

  • Hoe ontwikkel je een team- of afdelingscultuur waarin deze twee stromen krachtig kunnen stromen?
  • Wat voor gesprekken onder collega’s moet je dan mogelijk maken? (Dat gaan er andere moeten zijn dan die over hoe goed of slecht de zorgvrager diens traject aan het gaan is.)
  • Welke taal moet je geven aan dat wat je doet of probeert, en wat kan aankomen als echte zorg, wat misschien nooit vergeten zal worden, maar wat niks te maken heeft met ‘vooruitgang’ of ‘oplossen’?
  • In welke ‘rituelen’ kan deze zorgstroom ingebed worden?

PS: Ritueel?

Stel dat het team bij de start van een professionele bespreking een rondje doet: elk deelt iets wat die ervaren heeft in de context van het werk, recent, wat hem of haar geraakt heeft, misschien op een kleine manier.
Zou dit verhalen faciliteren van een andere orde dan ’succes versus falen’?

In de workshop probeerden we een ander ‘ritueel’ uit.
Eén persoon vertelt, geholpen door een collega die wat vragen stelt, iets over een moeilijk moment dat die recent ervaren heeft in de context van het werk.
Enkele andere collega’s luisteren hiernaar, als mens, met open hart en geest, en ze beantwoorden daarna enkele vragen over wat er bij hen gebeurd is tijdens dat luisteren:

  1. Wat heeft jou het meeste geraakt of getroffen?
  2. Welke beelden of associaties kreeg je daarbij? Wat deed het verhaal van … je denken over (wat belangrijk is voor) je collega?
  3. Welke herinneringen uit je eigen leven of werk werden wakker?
  4. Wat neem je mee? In welke richting triggert dit jou?

Ze kijken daarbij niet naar de persoon die over de moeilijke ervaring verteld heeft.

De centrale persoon luistert naar hun antwoorden en krijgt daarna gelijkaardige vragen:

  1. Wat heeft jou het meeste geraakt of getroffen van wat je nu net gehoord hebt?
  2. Welke beelden of associaties kreeg je daarbij over jou of jouw werk of jouw leven?
  3. Werden bepaalde herinneringen uit je eigen leven of werk wakker?
  4. Wat neem je mee? In welke richting voel je je aangemoedigd?

Wat deelnemers vertelden? Dat ze zich gevalideerd voelden. Dat de herkenning steunend aanvoelde. Dat de pijnlijke ervaring niet weg, maar beter te dragen is.
Zou dit het ook méér mogelijk maken dat we beter kunnen luisteren naar verhalen van machteloosheid en van vastzitten, zowel van collega’s als van zorgontvangers?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *