bekwaamheid professionele identiteit

De fluïde identiteit van de professional

[Als je liever luistert naar dit artikel, klik dan HIER]

hangjongerachtig

Vorige week gaf ik een workshop over zinvolle opties als je helpende gesprekken wil voeren.

Achteraf stuurde ik een mailtje naar de deelnemers met de vraag wat ze gewaardeerd hadden.

Een deelnemer schreef me dit:

Ik heb speciaal gewaardeerd dat ik getuige mocht zijn van je zoekende, onhandige en hangjongerachtige attitude waarmee je mensen en hun problemen benadert.

Mijn vrouw had zijn mailtje eerst gelezen en was in lachen uitgebarsten.

Je zou kunnen zeggen dat het beeld dat hij van me schetst niet erg flatterend is.
Maar ik voelde me er wel door gezien.

De fluïde identiteit van de professional

In ‘Iemand voor iemand: Handboek presentie’ lees ik

Doorgaans worden professionals geacht met hun vakkennis eerst de probleemsituatie in kaart te brengen en een doeltreffende oplossing te ontwikkelen, waarbij van tevoren vaststaat wie en wat de werker […] voor de ander moet zijn […].

In de presentiebenadering, die door en door de kaart trekt van het relationele, starten professionals niet uit professional-startblokken, klaar om de dingen te doen waar ze voor gestudeerd hebben.

Hun identiteit is niet scherp afgelijnd van bij het begin, hoe goed ze ook zijn in hun specialisme.

Dat heeft hiermee te maken: de zorgverlener wordt geacht zijn aandacht te richten op de ánder, als mens, met een uniek leven, een geschiedenis, verlangens, angsten, kwetsuren.
De contouren van díens identiteit mogen vooral scherper worden.

In die relatie kan blijken wie de zorggever voor de ander kan zijn, om welk verlangen het zal gaan en wat er zorg behoeft.

De identiteit van de professional krijgt in respons hierop stilaan vorm:

Juist in de praktijk van zorg kan naar voren komen wie en wat je als zorggever zou moeten zijn voor de ander, zelfs als al vaststaat dat je sociaal werker bent of psychiater.

Dus laten we het maar houden bij zoekend, onhandig en hangjongerachtig.

Johan

PS. Dat ‘hangjongerachtig’ komt van het woord ‘loitering’ dat we besproken hadden. Denk daarbij aan een vermogen van hulpverleners om te blijven ‘hangen’ in gesprek bij wat je ontdekt dat ertoe doet voor de ander, i.p.v. verder te jagen op wat je in je hoofd had.