Alfa- versus omega-hulpverlening

[Als je liever luistert naar dit artikel, klik dan HIER]

 

Alfa-hulpverlening

Aan de ene kant van het continuüm heb je psychosociale hulpverlening waarbij je als professional mag hopen dat jouw knowhow en vaardigheden een duidelijk positief verschil kunnen maken.
Je kan bv mikken op:
  • minder depressiviteit
  • minder angst of vermijding
  • meer vaardigheden
Er zijn vaak genoeg ‘resultaten’.
(Gelukkig.)
Je voelt je dan nuttig en van betekenis.
Je kan wat. 
Je kan je ‘resultaten’ rapporteren aan je collega’s en je baas.
Dit is alfa-hulpverlening.
Alfa-hulpverlening sluit nauw aan bij probleem-oplossing-denken of ziekte-behandeling-denken.

Omega-hulpverlening

Aan de andere kant heb je psychosociale hulpverlening die zorg biedt zonder te kunnen rekenen op ‘resultaten’. 
Hoezo? Zijn het misschien zogezegde professionals die eigenlijk
  • te weinig opgeleid zijn?
  • te weinig goede methodieken kennen?
  • nalaten om de hulpvraag uit te klaren?
  • niet goed een probleemsamenhang kunnen maken?
  • de cliënten te weinig op hun verantwoordelijkheid wijzen?
  • geen grenzen stellen (bv aan de duur van de zorg)?
Nee.
Dit is psychosociale hulpverlening voor mensen die te maken hebben met 
  • teveel kwetsbaarheid/kwetsbaarheden
  • in samenhang met noodlottige contexten.
Mensen die heel wat tanden hebben stukgebeten op het leven:
  • op de ingewikkeldheid ervan,
  • op vele onredelijkheden,
  • op oneerlijkheid,
  • op hardheid,
  • op ondoorzichtigheid,
  • op ongelijkheid.
Er speelt misschien wel PTSS (‘Yes! Ik heb een opleiding EMDR gevolgd!), maar ze zit nu in een gewelddadige relatie (‘Motivationele gespreksvoering? Vluchthuis?’), er is armoede (’Schuldhulpverlening? Budgetbeheer?’), een naar, schimmelig appartement met slechte geluidsisolatie (‘Verhuizen?), slecht geregelde diabetes (‘Zoveel … Ondersteuning in therapietrouw? Diëtist?’), een kind dat het niet goed doet op school (‘Pfff… Screening? Ontwikkelingsstoornis? Jeugdzorg? Er is toch geen seksueel misbruik? Het is wel veel allemaal. Er is toch geen sprake van een persoonlijkheidsproblematiek?’) en de puberteit begint (‘Opvoedingsondersteuning? Hadden die mensen zich beter niet laten steriliseren?’). Het hoeft voor haar allemaal niet meer, ze zou er liever niet meer zijn (‘Opname?’). Ze probeert niet te veel te drinken (‘Verslavingszorg? Sommige mensen zoeken het echt. Ze wentelen zich in hun ongeluk. Je moet ook een beetje willen, toch!?’). 
Te harde levens.
(Er zijn VEEL mensen met een te hard leven.)
De mensen die zorg proberen bieden aan hen.
Die zich aangesproken voelen door het kwetsbare en het lijden.
Sommigen onder hen zijn psychosociale hulpverlener.
Ze hebben ervoor gestudeerd.
Ze kennen en kunnen veel maar ze zijn ook niet opgewassen tegen zoveel noodlot. 
Tegen de impact van al dat noodlot.
Ze treffen geen cliënten met een omschreven hulpvraag.
(is ‘cliënten’ hier wel een gepaste naam?)  
Ze vangen het moreel appel op dat uitgaat van zoveel gekwetste kwetsbaarheid.
Ze proberen zorg te geven, goede zorg zelfs, in hopeloze situaties.
De hardheid van de levens van hun cliënten kunnen ze te vaak niet wegnemen. 
Het lijden dat door die hardheid veroorzaakt wordt, kunnen ze te weinig verzachten.
(Hoeveel ervaring en wijsheid de omega-hulpverleners ook hebben: het blijft hen pijn doen.)
Concrete doelstellingen die ze proberen te faciliteren, lukken al te vaak niet:
  • De dakloze man die ze aan een huis helpen, wordt enkele maanden later uit huis gezet wegens overlast.
  • De vrouw die ze in het vluchthuis geholpen hebben, keert terug naar haar gewelddadige partner. Hij heeft beloofd dat hij zijn leven gaat beteren. Maar soms kan hij er niets aan doen. Het gebeurt onbewust. 
  • De vrouw die ze geholpen hebben aan een plaats in de ambulante vaardigheidstraining voor mensen met borderlineproblemen, is er na 2 bijeenkomsten uitgesmeten omdat haar adem alweer naar alcohol rook.
  • De schuldhulpverlening is stop gezet omdat de man een ferme boete gekregen heeft wegens rijden zonder rijbewijs.
Omega-hulpverleners kunnen vaak geen alfa-hulpverlenings-resultaten voorleggen aan hun collega’s en hun baas.
Zij doen aan een andere soort psychosociale hulpverlening.
Een die zich afstemt op mensen met te harde en ingewikkelde en oneerlijke levens.
De zorg die ze geven, halen ze meestal niet uit boeken, cursussen en op-resultaten-gerichte opleidingen.  
(De presentietheorie biedt wel concepten en perspectieven die ons hierin wegwijs kunnen maken.)
Goeie, afgestemde zorg vinden ze in het aansluiten bij de ander.
In dat aansluiten zoeken ze en blijven ze zoeken: ‘wat zou nú goede zorg kunnen zijn?’ en ‘wat is nú goed voor haar’?
Ze doen dat met een grote gevoeligheid voor de (gekwetste en kwetsbare) eer en waardigheid van de ander. 
Ze doen dat vanuit het gevoel dat ook deze (vele) mensen bij ons horen.
Ze denken dat het ons ook had kunnen overkomen.
Dat het ons nog steeds kan overkomen.
Geen ‘resultaten’.
(Soms wel)
Ze proberen het samen met hun ‘cliënten’ uit te houden.
(Dat brengt soms – verrassend – wat troost.)
Ze proberen trouw te zijn.
(proberen)
Soms hebben ze het gevoel dat ze iets kunnen betekenen.
(Iets dat je niet kan ‘rapporteren’.)
(Iets dat bespot zou kunnen worden vanuit een neo-liberale managementlogica.)
(Iets dat levensreddend is.)
(Iets dat even een beetje licht brengt in een duisternis.)
Dat – fragiele – gevoel, dat moedigt hen soms aan.
(Niet ‘resultaten’, niet het lekkere gevoel van ‘ik kan iets’ maar dat fragiele gevoel.)
Dit is omega-hulpverlening.
Omega-hulpverlening sluit nauw aan bij solidariteit-denken.
Of nee, bij kwetsbaarheid-die-appel-doet-op-zorg.
Bij menselijkheid.
(Hoewel … Ik heb onze oudste hond een paar keer als een pijl zien afstormen op onze jongste hond, en dan redde hij hem uit een lastig parket.)
‘Als je niets meer kunt doen, wat ga je dan doen?’
                                           Hisamatsu (zenleraar)

Alfa en omega

Twee vormen van hulpverlening.
Voor verschillende situaties.
Ze hebben een verschillende vormen van omkadering nodig.
De kwaliteit van elk moet op een eigen manier benaderd en ondersteund worden.
Ze moeten elk begrepen worden vanuit verschillende discours.
Ze moeten in hun eigenheid beschermd en gefaciliteerd worden. 
Door leidinggevenden.
Door de samenleving.
Door ons.
Vriendelijke groeten,
Johan Van de Putte
Alfa- versus omega-hulpverlening