‘Is hier sprake van zelf-destructiviteit?’

[Als je liever luistert naar dit artikel, klik dan HIER]

Een fijn gesprek maar …

Je hebt een gesprek met een cliënt.
Een fijn gesprek.
Dat vinden jullie allebei.
Fijn is o.a. dat de cliënt er een fijn gevoel over zichzelf bij is gaan ervaren.
Daar ben je blij mee.
Maar … de dag erna, of een week erna, is het alsof dat gesprek er nooit geweest is. Niks geen fijn gevoel over zichzelf meer.
Zoiets kan gebeuren, na elk fijn en zinnig gesprek.
De ander lijkt terug te vallen in een pijnlijk negatieve ervaring van zichzelf.
En je hebt zo je best gedaan…
Dat kan frustratie oproepen.
Ergernis.
Gedachten als:
  • ‘Mág het dan misschien niet goed zijn?’
  • ‘Zoekt die het negatieve met opzet op?’
  • ‘Is ze misschien gehecht aan een negatief zelfbeeld?’
  • ‘Is het een vorm van weerstand?’
  • ‘Is hier sprake van zelf-destructiviteit?’
Deze ervaringen ondermijnen ook het gevoel dat je hebt over de zin van je werk: ‘Wat kan ik nu eigenlijk maar betekenen voor haar?’

Kwetsbaarheid voor een pijnlijke zelf-ervaring

  • Jawel, het mag zeker goed zijn voor de ander.
  • Nee, hij zoekt het negatieve niet met opzet op.
  • Nee, ze is niet gehecht aan een negatief zelfbeeld.
  • Met weerstand heeft dit niks te zien.
  • Hij wil zichzelf niet kapot maken.
Zo denk ik erover.
En dat heeft te maken met …
Zoals vele mensen onderzoek ik mijn eigen leven.
Tussendoor, als steeds aanwezige getuige van mijn leven, in gesprek en terwijl ik dagboekschrijf.
Ik ben tot de conclusie gekomen dat een warme, waarderingsvolle ervaring van mezelf een tijdelijk en kwetsbaar iets is.
Het is mooi, warm, diep, vruchtbaar en … zo robuust als een zeepbel.
Er is niet gek veel nodig om in een koude, pijnlijke, bange, hopeloze, onherbergzame, ont-waarde ervaring van jezelf en van je leven terecht te komen.
‘Jezelf’, ‘mezelf’, ‘ik’, dat is dan eerder een hoopje ellende of een ontstoken wonde dan een centrum van actie of een bron van waarde.
Een beetje onvriendelijkheid is al genoeg.
Een onverschilligheidje.
Je een beetje buitengesloten voelen.
Het gevoel dat je geen verschil kan maken.
Een kleine faalervaring.
Een herinnering aan een onvriendelijkheid, een buitengesloten-worden, een falen, een onverschilligheid.
Een anticipatie ervan.
Een hormonaal schommelingetje.
Een beetje vermoeidheid.
De stemming die een beetje gedrukt is.
(Zelfs een kleine stemmingsdrukking (bv door blootstelling aan muziek of een nieuwsbericht) maakt dat we minder toegang hebben tot herinneringen met een positieve associatie en net meer toegang tot herinneringen met een negatieve associatie.)
De kwetsbaarheid voor een (diep-) pijnlijke ervaring van jezelf, ik denk dat daar geen vaccin tegen bestaat.
Deze kwetsbaarheid, ik denk dat dit eerder de regel is en blijft (dan de uitzondering).

‘Alles van waarde is weerloos’

(een vaak geciteerd stukje uit een gedicht van Lucebert)
Als dat zo is, dat van die kwetsbaarheid, dat van die zeepbel-robuustheid, is het dan zinloos om goede gesprekken te hebben met mensen?
Gesprekken die onze gesprekspartner een waarderende, warme ervaring van zichzelf helpen vinden?
Is dat dan zinloos?
Als dat effect toch zo snel kan wegspoelen?
(Die kwetsbaarheid is soms extra-uitgesproken en extra-pijnlijk om te zien wanneer de ander al veel te veel shit meegemaakt heeft waardoor warme, waarderingsvolle ervaringen van zichzelf veel te weinig voorgekomen zijn en waardoor al-te-pijnlijke zelf-ervaringen te vaak de kop opsteken.)
Is dat dan zinloos?
Ik vind van niet.
Integendeel.
Net omdat warme, waarderingsvolle zelf-ervaringen onpeilbaar deugd doen én kwetsbaar zijn, zijn ze te koesteren.
Even is er een ervaring van ‘misschien-wel-van-waarde-te-zijn’.
Een oase.
Even.
Bijdragen tot zo’n ervaring in gesprek, in zorg, in samen iets doen, samen een moment delen, dat moeten we niet doen omdat het een project is met een happy end in zicht.
We doen het uit lotsverbondenheid.
Uit zorg voor de kwetsbaarheid en de pijn die we voelen bij de ander.
Voor de kwetsbaarheid van de warme zelf-ervaring.
Omdat zorg het antwoord is dat wij (mensen, zoogdieren, …) geven op de confrontatie met de kwetsbaarheid van de ander.
(Alle zorg is dat)
Dit perspectief kan verduisterd geraken.
Bv door het idee dat er zoiets zou moeten bestaan als een stabiele ervaring van zelf-waardering.
Bv door het pathologiseren van pijnlijke zelf-ervaringen.
Bv door de beloften van allerlei psycho-technologie dat als je … beoefent/volgt, het gedaan is met die zelftwijfel, met die angsten, met die dit en dat.
Bv door het idee dat zorg tot resultaten moet leiden en moet gestopt worden als die resultaten er niet komen.
Bv doordat de pijn van de ander onze pijn oproept en we ons ertegen willen beschermen.

Dus

… laten we maar blijven bijdragen tot fijne gesprekken en interacties waarin de ander zichzelf (een beetje en even) kan ervaren als van waarde, als misschien toch niet 100 % en de hele tijd fucked-up.
… laten we de pijn/onmacht/frustratie die wij voelen wanneer de ander op een later moment weer een 100 % verschrikkelijke ervaring van zichzelf en haar leven heeft, een beetje proberen toelaten: ‘Dit doet pijn want ik gun het haar zo dat ze zichzelf zou kunnen ervaren als van waarde. Ik vind het erg dat ze zich nu in deze hel bevindt.’
Dat een beetje toelaten.
Er even mee in- en uitademen.
Bij de ander zijn.
En jezelf.
Solidair.
Beseffen dat dit des levens is.
… laten we verzaken om de ander krampachtig een zogezegd ‘positieve kijk op zichzelf’ of op zijn leven te proberen bezorgen, want dat helpt niet. Integendeel.
… laten we beseffen dat de ervaring die de ander van zichzelf krijgt in het contact met ons steeds van (groot) belang is.
(Fantasie: wie weet … zou het kunnen dat we … wanneer we sterven … iets van zo’n warme zelf-ervaring herbeleven? Zou dat niet mooi zijn?)
(En misschien, heel misschien wordt zo’n warme zelf-ervaring ook een keer een beetje wakker wanneer we op een andere manier sterven, aan hopeloosheid, aan onmacht, aan faalgevoelens of op de vele andere manieren waarop wij (metaforisch) doodgaan.)
Hartelijke groet,
Johan Van de Putte
PS Interesseert het je om extra vaardigheden te leren om bij te dragen tot warme, waarderingsvolle zelf-ervaringen, op een niet-opdringerige manier, en met respect voor het pijnlijke dat mensen kunnen ervaren, dan ga je misschien wel wat hebben aan de

en de

‘Is hier sprake van zelf-destructiviteit?’