(On)bekwaam? (Deel 3: Stuntelige zorg)
[Als je liever luistert naar dit artikel, klik dan HIER]
[Dit stuk is een vervolg op ‘(On)bekwaam? (Deel 2: mismatch)‘]
Bekwame zorg kan gepaard gaan met gevoelens van stunteligheid, onzekerheid en tekortschieten.
Gevoelens van bekwaamheid kunnen dan weer gepaard gaan met zorg die ‘op zich’ bekwaam gegeven is maar slecht aansluit bij de cliënt.
(‘Op zich’ tussen aanhalingstekens want het is vreemd om zorg ‘op zich’ te bekijken en niet ‘op hoe die (goed) aansluit bij de ander’.)
‘Mismatch’ heet dat in de presentietheorie.
De presentietheorie gaat in op allerlei oorzaken van mismatch. Ik haal er 1 aan.
Mismatch kan ontstaan als gevolg van
[…]  je niet open genoeg betrekken op de zorgvrager, bijvoorbeeld […] omdat je als professional de onzekerheid niet aandurft die optreedt als je de zorgvrager onbevangen en zonder kant-en-klare plannen benadert.
(Andries Baart, De ontdekking van kwaliteit)
Zo begrijp ik dit citaat:
Onzekerheid is geen toevallig en ongewenst nevenverschijnsel van goede zorg.
Onzekerheid is een noodzakelijke, terechte, gepaste ervaring, die je erbij te nemen hebt.
Onzekerheid is immers wat je ervaart wanneer je de ander open en onbevangen benadert.

Startblokken

‘Onbevangen’ betekent hier o.a. ‘niet bevangen door kant-en-klare plannen’.
En door ‘kant-en-klare verklaringsschema’s.
Maar … wij ontlenen wel een (groot? niet zo groot?) deel van onze professionele identiteit aan die kant-en-klarigheden.
Ze laten ons toe om een zekere graad van zelfvertrouwen en bekwaamheid te ervaren. Hoop ook dat we zinnige dingen gaan kunnen doen.
Als we ons er niet door laten ‘bevangen’, dan kunnen we ons ook niet goed laten bevangen door de bekwaamheidsgevoelens die ermee geassocieerd zijn.
‘Onbevangen’ gaat erom dat je je niet positioneert in je favoriete professionele startblokken.
(Waar je zo op geoefend hebt.)
Je wil niet wegsprinten in de verkeerde richting.
(Weg van de cliënt)
Je moet uitzoeken wat een goede richting is.
(Voor je cliënt)
Wat een goede weg kan zijn.
(Voor je cliënt)
Uitzoeken dus.
Je weet het niet.
Je weet niet wie zij is.
Je weet niet wat er allemaal speelt.
Je weet niet wat ertoe doet voor hem.
Je begeeft je dus op onzeker terrein, in de hoop dat je iets kan betekenen voor de ander.
Hoop.
(De achterkant van hoop is ‘geen-hoop’: ‘geen-hoop’ is nooit veraf dus.)
Onzekerheid.

Stuntelig

Durven we dat terrein van onzekerheid betreden terwijl we proberen aan te sluiten bij die ander, waar het ons om te doen is?
(‘Ga ik wel iets kunnen betekenen?’)
Waar angst opspeelt.
(‘Misschien ga ik niks kunnen bieden.’)
Schaamte ook.
(‘Ik schiet tekort.’)
Durf je?
Dat is het appel dat vanuit het citaat van Andries Baart op me afkomt.
Bij ‘aansluiten en afstemmen’ – de ziel van de presentietheorie – moeten we geen vlotte, zelfverzekerde manier van spreken en doen denken.
Misschien past het gevoel van stunteligheid hier wel bij.
Stunteligheid als een gedaante van bekwame zorg.
Stuntelig … zo voelen we ons wanneer we niet weten welke houding we onszelf moeten geven.
Is dit niet net de juiste houding wanneer we (proberen) aan te sluiten?
We zijn dan immers geen scenario aan het volgen dat los van deze ander bedacht is.
We zijn dan bezig ons te betrekken op déze ander en haar leven.
Stuntelig … een teken van bekwaamheid?
(Bekwaamheid in je op het onzekere terrein durven begeven opdat je je kan betrekken op de ander en opdat je je zorg kan vorm geven zodat die afgestemd is op die ander.)

(Voorlopige) conclusies

  • We kunnen bekwame zorg geven en ons niet bekwaam voelen.
  • We kunnen ons bekwaam voelen zonder bekwame zorg te geven.
  • Als je goede zorg wil geven,
    • ben je best niet te hard gehecht aan gevoelens van bekwaamheid,
    • moet je het terrein van onzekerheid durven betreden waarop je moet leren navigeren, op zoek naar de ander en wat goed is voor de ander.
  • Onzekerheid is een noodzakelijke, terechte ervaring, die je erbij te nemen hebt wanneer je de ander open en onbevangen wil benaderen opdat je tot goed aansluitende en afgestemde zorg kan komen.
[Wordt vervolgd]
Vriendelijke groeten,
Johan Van de Putte
PS Is ‘stuntelig’ eigenlijk nog ‘stuntelig’ als je beseft dat je je aan het openstellen bent voor de ander, omdat je weet dat dit de weg is naar bekwame zorg?
(On)bekwaam? (Deel 3: Stuntelige zorg)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *